Herman

Herman Van Hove studeert economie maar breekt zijn studies af pal voor de master-eindmeet om met een jeugdvriend plus een tweedehands offsetpers een uitgeverij te beginnen. Uitgeverij Biblo lanceert periodieken à la Trends-Tendances, Trends Top, De Huisarts, Fiscoloog, Inside Beleggen en ander bloedserieus materiaal.

Voor Herman is dat alleen vol te houden mits frivolere zijsprongen als exploitatie van een restaurant en een jazzclub, uitgave van het satirische weekblad De Zwijger met Johan Anthierens, organisatie van meer dan 700 concerten, management van Toon Hermans en productie van diens laatste One Man Show.

Na zijn afscheid van uitgeverij Biblo in 2008 voltijds actief in de theaterwereld met Studio Dongo. Impresariaat en management. Minitheater Ten Zolder. Bart Peeters start er zijn schonevlaamseliedjessage. Johny Voners creëert er zijn Aznavoners. Els De Schepper is try-outkind aan huis. Artistiek labo voor Tutu Puoane, Warre Borgmans, Anja Daems, Anne Mie Gils, Karel Vingerhoets, Kenny Werner, Dena Derose, Jan Leyers, Ann Van den Broeck. Coach van het vrolijkklassieke Ode an die Freunde. Vanaf januari 2015 zelf op de bühne in Vlaanderen en Nederland met zangeres Lissa Meyvis in het programma In de schaduw van Toon Hermans. Producent van de Fakkeltheaterprogramma’s Jack&Jazz en Chansons Charmantes.

Voorzitter van de door de zonen van Toon opgerichte Stichting Toon Hermans die zijn artistieke erfgoed beheert. Voorzitter van Genootschap De Gouden Veer, organisator van de prijs voor de beste Nederlandstalige promotietekst. Voorzitter van het Fakkeltheater. Bestuurder van Vlaams Architectuur Instituut, Brussels Jazz Orchestra, Stichting Toots Thielemans en Heilighartziekenhuis Lier.

Hermans over Herman

Herman en ik zijn inmiddels grote vrienden geworden.
Hij heeft me weer de moed gegeven om terug te gaan naar het theater onder zijn toeziend oog. ‘Ik ben jouw apetrotse manager’ schreef hij me onlangs toen de krant me had uitgeroepen tot artiest van de eeuw. Na mijn theatershow Ik heb je lief werd hij mijn onbezoldigde impresario. Hij verlangde van mij geen gage, geen percentage en toen ik zei ‘Wat kan ik dan voor je doen, Herman?’ zei hij ‘Ik ben al heel gelukkig als ik iedere avond een stoel mag hebben in de zaal op de zevende rij’.
Die stoel heeft hij gekregen en achtentachtig avonden heeft hij mijn voorstellingen gezien.
Ik heb nooit geweten dat dit soort mensen nog zou bestaan.
Ik was voor het eerst deze week bij hem thuis in zijn nieu­we huis, dat zo’n tweehonderd meter van de weg af ligt, tussen hoge oude bomen. Het huis is wit, van buiten en van binnen, maar van een zeldzame ingetogenheid. Samen met Mieke heb ik er geluncht aan een lange tafel met alles erop en eraan. En ik zag het weer eens met eigen ogen: als Vlamingen zeggen ‘We gaan lunchen’, dan gaan ze ook lunchen.

Toon Hermans, Levensboek